Kraanvogels trekken over
Vorig jaar maart streken er meer dan driehonderd kraanvogels neer in het Park. Dat is een uitzonderlijk hoog aantal. Dit jaar vlogen ze al in februari langs. Het is elk jaar de vraag óf en zo ja, wanneer ze het Park met een bezoek vereren. Dat is vooral afhankelijk van hoe de wind waait.

De kraanvogel (wetenschappelijke naam Grus grus) is een trekvogel. Hij overwintert in noordelijk Afrika, Zuid-Spanje, Frankrijk en in (het westen van) Duitsland. Broeden doet hij veelal in Scandinavië. Tussen februari en april vindt de voorjaarstrek plaats. Tienduizenden vogels trekken dan richting de broedgebieden in Noord-Europa. Sommige kraanvogels blijven in hun broedgebieden. Er zijn ook kraanvogels die in ons land broeden.
Oostelijke wind
Met uitzondering van de Nederlandse broedvogels, vliegen kraanvogels meestal over ons land zonder te landen. Maar vorig jaar bleven ze een nachtje slapen in Het Nationale Park De Hoge Veluwe. De reden: tegenwind. De wind is een belangrijke factor voor de trek van de vogels. Die bepaalt of ze überhaupt over het Park vliegen. Als er een sterke oostenwind staat, vliegen ze wat westelijker dan hun gebruikelijke route (ten oosten van de lijn Enschede-Eindhoven) en kunnen ze dus overvliegen. Andere factoren die de trek beïnvloeden zijn de temperatuur en de beschikbaarheid van voedsel.
Natte gebieden
Kraanvogels broeden steeds vaker in Nederland. In het Park hebben we dit nog niet mogen meemaken, maar dat zou de komende jaren zomaar kunnen veranderen. Het aantal plekken in Nederland waar ze broeden wordt namelijk steeds groter. De omstandigheden in het Park zijn gunstig, want kraanvogels houden van natte gebieden om in te broeden.
Een natte omgeving biedt bescherming tegen vossen en andere roofdieren die de eieren en de jonge vogels eten. De natte heide in het Deelense Veld, waar de driehonderd vogels vorig jaar neerstreken, is daarom een prettige plaats voor kraanvogels. Het Park heeft in het verleden meerdere maatregelen genomen om natte heidegebieden in stand te houden, zoals het verlagen van het maaiveld en het verleggen van een fietspad om de natuurlijke afwatering te bevorderen.

Grote, sierlijke vogel
De kraanvogel is groot (110 tot 120 cm) en grotendeels blauwgrijs. Zijn kop en hals zijn opvallend getekend met een zwarte voorhals en kin. De achterhals en het achterhoofd zijn wit. De naakte huid bovenop de kop is rood. Onvolwassen vogels hebben een bruinige kop zonder opvallende tekening. Kraanvogels hebben een luide, trompetterende roep, die klinkt als ‘kroe-kroe'.
Het zijn sierlijke vogels. Ze vliegen met gestrekte hals en hebben een balts waarbij ze 'dansen' en sprongen maken. Hun vleugelslagen zijn regelmatig, langzaam en krachtig, afgewisseld met lange zweefvluchten.
Alleseter
De kraanvogel is een alleseter. Hij eet vooral plantendelen zoals wortels, wortelstokken, stengels, bladeren, vruchten en zaden. Met name in het broedseizoen eet hij ook ongewervelde dieren (insecten, slakken, wormen) en gewervelde dieren (hagedissen, slangen, knaagdieren). Hij zoekt zijn voedsel door rustig te lopen en om zich heen te kijken en te pikken.
Hier kun je kraanvogels volgen.
Kraanvogels zijn schuwe vogels die gevoelig zijn voor verstoring. Zie je ze in het Park, houd dan afstand.
Foto 1: Jan Willem Bolkenbaas
Foto 2: Tijmen Majoor