Das

Zeldzaam en schuw

De das is het grootste voorkomende landroofdier in Nederland. Hij behoort tot de familie der marterachtigen, net als de otter, wezel, hermelijn, bunzing, nerts, boom- en steenmarter. De das heeft een grote, brede kop en een zwaargebouwd gedrongen lichaam. 

Hij heeft korte poten en een korte, brede, bossige staart. De rug en de flanken hebben een zwart-witte vacht en de onderzijde is geelwit. De kop is wit met twee brede zwarte strepen. De das heeft stevige tenen met lange, gekromde nagels, waarmee hij uitstekend kan graven. Hij leeft in allerlei soorten biotopen, met een voorkeur voor kleinschalig akker- en weidelandschap met verspreide bosjes, heggen en houtwallen.

In het leefgebied van de das moet voldoende dekking zijn, weinig verstoring, een groot voedselaanbod en een bodem waarin hij goed kan graven. De das is een nachtdier dat in de schemering zijn burcht verlaat. Hij begint dan met het uitvoerig verkennen van de omgeving en het verzorgen van zijn vacht. Tenslotte gaat hij alleen of met andere dassen op zoek naar voedsel, tot op een afstand van één tot soms wel vier kilometer van de burcht.

In Nederland leeft de das in familiegroepen van gemiddeld 3 tot 4 dieren, maar in het buitenland leeft hij soms wel met 20 dassen bij elkaar. De das houdt geen winterslaap, maar is tijdens koudere periodes veel minder actief en soms blijft hij dan dagenlang in de burcht.

Dassen zijn alleseters. Ze zijn slechte jagers en eten wat ze tegenkomen. Ze eten voornamelijk regenwormen die ze 's nachts in weilanden en open gebieden opsporen. Verder eten ze bosvruchten, gevallen fruit, noten, eikels, knollen, maïs, koren, paddenstoelen, knaagdieren, slakken, kevers en andere geleedpotigen.

Dassen zijn niet monogaam, maar vaak blijven mannetje en vrouwtje wel hun hele leven bij elkaar. De paartijd valt in de vroege lente, maar soms ook in de zomermaanden. In februari-maart worden de jongen geboren. De werkelijke draagtijd bedraagt echter maar 7 weken, de das heeft net als de boommarter namelijk een vertraagde dracht, waarbij de ontwikkeling van het embryo gedurende de winter enkele maanden in een soort pauzestand komt. Een worp bestaat uit 2 tot 4, maar meestal uit 3 jongen.

Lengte kop-romp:65-80 cm (staart: 12-19 cm)
Gewicht:6,6 - 16,7 kg
Het mannetje is iets zwaarder en forser dan het vrouwtje
Paartijd:februari – mei & juli – september
Draagtijd:3 tot 10 maanden (vertraagde dracht)
Aantal jongen:2 – 4
Naam volwassen mannetje:beertje
Naam volwassen vrouwtje:zeugje
Naam jong:welp