Wat doen slangen in de winter?

De laatste updates vanuit het Park

De Hoge Veluwe kent drie slangensoorten: de adder, de gladde slang en de ringslang. Een is giftig, de ander agressiever en de derde schuw, maar alle drie maken ze zich al klaar voor een winter ondergronds.

do 01 okt 2026

Foto gemaakt door: Monica Tromp

Op de bovenstaande foto is een gladde slang te zien.

En die voorbereidingen beginnen vroeg, namelijk al in september. Waar een eekhoorn zich in aanloop naar de winter druk maakt met het verzamelen van voedsel, doet een slang het rustiger aan.

Sterker nog, die kiest liever een warm plekje in de zon om te liggen.

“
Je zult een slang in het najaar ook niet meer zien jagen

Monica Tromp

Voedsel moet worden verteerd

Dat heeft een reden, legt Monica Tromp van de Faunawerkgroep uit. Ze houdt zich bezig met reptielen en amfibieën en weet dan ook veel over de slangen in het Park. ‘De slangen gaan in de zon liggen om het voedsel dat ze nog in hun lichaam hebben, te verteren.’

Ze vervolgt: ‘Als ze eenmaal hun winterverblijf ingaan, moet dat voedsel verteerd zijn. Anders gaat het rotten en daar kan de slang aan overlijden. Je zult een slang in het najaar ook niet meer zien jagen.’

Op warmere dagen in het najaar kun je dus een slang tegenkomen op een fiets- of wandelpad, vooral in de gebieden waar slangen voorkomen, zoals het Deelense Veld en het Reemsterveld. ‘Je moet vooral afstand houden van de dieren. Ga respectvol met ze om. Ik zou zeker afraden om eroverheen te stappen. Als het een adder betreft en hij bijt uit angst, kun je naar het ziekenhuis. Ga er altijd omheen.’

Foto gemaakt door: Monica Tromp

Een adder

Alles gaat in de ruststand

Als de temperatuur in het najaar langere tijd rond de 10 graden of lager blijft, trekken de slangen zich terug. De exacte temperatuur waarbij ze verdwijnen verschilt en is ook afhankelijk van de bodemtemperatuur en de weersomstandigheden. ‘Ze kruipen weg in hun winterverblijf en dan komt hun hele systeem stil te liggen. De ademhaling, de stofwisseling, alles gaat in de ruststand. Zo kunnen ze met hun vetreserves de winter doorkomen.’

De slangen kiezen hun rustplekje goed uit. ‘Ze gaan bij de wortels van bomen of boomstronken de grond in, of ze kruipen in holletjes van muizen en konijnen. Ze zoeken een plekje dat redelijk droog en vorstvrij is, waar de temperatuur gelijk blijft.’

Foto gemaakt door: Monica Tromp

Een ringslang

Omdat hun lichaam in de ruststand verkeert en er geen zonlicht is, bewegen de slangen nauwelijks of niet. ‘Als het grondwaterpeil te hoog komt in de winter, kan een winterverblijf onder water komen te staan’, zegt Tromp. ‘Door hun lage lichaamstemperatuur zijn ze nauwelijks actief en kunnen ze niet gemakkelijk een andere plek opzoeken.’

Tot in het voorjaar

Een ander gevaar zit hem in een warme winterdag. ‘Zo’n slang komt dan omhoog. Maar als het daarna toch weer kouder wordt, kruipen ze weer ondergronds. Dat kost hen veel energie en dat kan fataal zijn.’

De meeste slangen zien we pas terug in het vroege voorjaar. ‘De adder is er als eerste bij. Die zien we al in februari of maart. De gladde slangen en ringslangen zijn vaak in maart of april weer terug. Het zijn altijd eerst de mannetjes, die kunnen zich dan volledig opwarmen voor de paartijd begint.’

Interessant voor jou