In het Park zijn veel open gebieden, zoals het Otterlose Zand, het Oud-Reemster veld en het Braamsveldje. Die gebieden waren van elkaar afgesloten door bossen. Voor dagvlindersoorten is het bos echter een hindernis, zonder mogelijkheden om tot rust te komen.
Met de realisatie van de vlindercorridor is deze hindernis verdwenen. Deze brede zone in de bossen zorgt ervoor dat de vlinders van open gebied naar open gebied kunnen trekken en tussendoor kunnen foerageren of op kracht kunnen komen.
Actief beheer op het Park helpt de vlinders indirect ook. Heidevelden zijn daarvan een goed voorbeeld. Er wordt actief beheer gepleegd om te voorkomen dat de heidevelden worden overwoekerd door grassoorten. Verschillende vlindersoorten hebben ook profijt van dit beheer.
Gentiaanblauwtje
Sommige dagvlinders hebben soortgericht beheer nodig. Een goed voorbeeld daarvan is het gentiaanblauwtje. Dit is een dagvlindersoort die vooral in natte gebieden voorkomt. Om deze soort te helpen zijn maaistroken en plagstrookjes gemaakt.
Door het weghalen van het gras is er ruimte voor de klokjesgentiaan. Het is geen toeval dat het gentiaanblauwtje de naam van de plant draagt: de klokjesgentiaan is namelijk de waardplant van deze vlinder. Een waardplant is een specifieke plant die per vlindersoort verschilt, waarop de soort de eieren legt en waar de rups de voeding uit haalt. Een belangrijke schakel dus in het leven van een vlindersoort.
Daarnaast is er nog een derde soort die vitaal is voor het gentiaanblauwtje: de mier. Specifiek steekmieren zoals de bossteekmier of de moerassteekmier. De rupsen van het gentiaanblauwtje geven een geurstof af en daardoor worden ze meegenomen door de mieren, die ze daarna opvoeden. Dit is vergelijkbaar met hoe een koekoek haar eieren in het nest van een andere vogel legt.
Het gentiaanblauwtje heeft de mieren en de gentianen nodig. Het Deelense Veld met zijn gevarieerde structuur, waaronder vennen, biedt genoeg mogelijkheden voor de instandhouding van deze in Nederland zeldzame soort.
Foto gemaakt door: Janny Gommans
Andere zeldzame soorten
Er zijn meer zeldzame dagvlinders op het Park. De bosparelmoervlinder bijvoorbeeld, wordt jaarlijks gemonitord. Waar de soort tot eind jaren 80 nog op verschillende plekken in Nederland voorkwam, is de Veluwe tegenwoordig de enige locatie waar ze nog gevonden worden. Ook op De Hoge Veluwe doet deze soort het nog goed. De waardplant van deze soort is de hengel, die in oude eikenbossen te vinden is.
Met de grote parelmoervlinder gaat het niet zo goed. De vlinder heeft distelsoorten, zoals de akkerdistel, nodig voor voeding en het bosviooltje om de eitjes op te leggen. De Hoge Veluwe werkt hierbij samen met het vliegveld Deelen, daar is een groot aanbod van distels. Het Park heeft een aanbod van hondsviooltjes. Het Park en het vliegveld delen een van de laatste populaties van de grote parelmoervlinders in Nederland.
Monitoring
De vele soorten dagvlinders worden door vrijwilligers van het Park gemonitord. Zo blijft goed inzichtelijk hoe het met elke soort gaat en wat het Park kan doen om het voortbestaan van een vlindersoort te waarborgen.
De vrijwilligers van de Faunawerkgroep lopen jaarlijks verschillende routes in het Park, die zijn door de Vlinderstichting vastgesteld. Door de Vlinderstichting wordt bijgehouden welke soort gezien wordt, waar en hoe vaak. Zo valt het direct op als een soort het beter doet, of juist slechter.
Door de dagvlindersoorten te monitoren en soortgericht beheer uit te voeren, hoopt De Hoge Veluwe de populaties in stand te kunnen houden.
Interessant voor jou
-
-
-
Deze dieren vind je in het park
Van groot wild tot zeldzame vogelsoorten en van reptielen tot bijzondere insecten.
Wild observeren
Lees meer
-
-
-
-
-
-
-