Het is een wereld van verschil met dertig jaar geleden, toen het aantal territoria niet boven de twintig uitkwam. We kunnen dus wel stellen dat de nachtzwaluwen in de lift zitten.
Vrijwilliger René van Lopik coördineert de tellingen. Vanaf mei gaan meerdere groepjes er zes dinsdagavonden op uit om de nachtzwaluwen te tellen.
Niet vanaf het begin een succesjaar
“De periode waarin we tellen begint op 10 mei en duurt tot 5 augustus”, zegt Van Lopik. Nachtzwaluwen die op 9 mei of eerder geregistreerd worden, tellen nog niet mee. “Dat heeft ermee te maken dat zwaluwen eerder in mei misschien nog wel doortrekken naar het noorden, want ze broeden ook noordelijk van Nederland. Na 10 mei kun je er wel vanuit gaan dat ze gesetteld zijn in een territorium. Deze datum is opgesteld door onderzoeksinstituut SOVON.”
Dat dit een recordjaar zou worden, was nog niet te merken tijdens de eerste telavond. “Er zou regen komen en als het gaat regenen, dan kun je wel naar huis gaan want dan zingen ze niet. We waren die dag ook maar met twee groepjes, dus dat was sowieso al minder dan gebruikelijk.”
Foto gemaakt door: Hans van Zummeren
Hij vervolgt: “In het begin hoorden we ze mooi zingen en konden we er een aantal registreren, toen begon het te gieten. We hebben nog even gewacht, maar het was een verloren avond.”
Warm weer betekent meer nachtzwaluwwaarnemingen
Tellen gaat altijd in duo’s, niet alleen. Van Lopik legt uit: “Als je in je eentje in het Park bent ‘s avonds en je stapt ergens in en breekt je been, dan is 5.400 hectare een heel groot gebied om te zoeken. En bovendien hebben we nu ook te maken met de aanwezigheid van de wolf.”
Op een telavond wordt er op een centraal punt verzameld. Vanaf daar vertrekken doorgaans vijf tot zeven groepjes naar de toegewezen telgebieden. De meeste kans om een nachtzwaluw te horen is ongeveer een half uur na zonsondergang, dan zingen ze het meest. “Wat je het liefst wilt is dat je rond middernacht nog steeds loopt te zweten, want dan heb je de juiste temperatuur. Dan vliegen er veel nachtvlinders rond en die eet de nachtzwaluw. Als hij minder tijd nodig heeft om te jagen, heeft hij meer tijd om stil te zitten en dus om te zingen.”
Iedereen lust de eitjes van een nachtzwaluw
René van Lopik
Bijzonder moment
Van Lopik heeft nog een andere anekdote. “Ik stond onder een eik op het open deel van het Otterlose Bos. Een eind verderop hoor ik eentje zingen en aan de andere kant van mij ook. Op een gegeven moment komen die naar elkaar toe en zaten ze allebei rond en in de eik waar ik onder stond. Die eik stond waarschijnlijk op de grens van de twee territoria. Even later kwamen de vrouwtjes er ook nog bij. Toen vlogen er vier nachtzwaluwen om me heen te roepen.”
Of ze hem doorhadden of niet, weet Van Lopik niet. “Maar dat maakt ook niet uit. Ze zijn niet bang aangelegd. Als je “s avonds door het Park rijdt en het is warm, moet je ook goed opletten. Dan is het asfalt ook warm en gaan ze op het asfalt zitten. Ook dan gaan ze niet direct aan de kant, je kunt met de auto zo’n nachtzwaluw haast tot op een meter benaderen.”
Foto gemaakt door: Hans Drijer
Eieren prooi voor veel dieren, waaronder herten
En dat terwijl een nachtzwaluw best wat te schuwen heeft. “Iedereen lust de eitjes van een nachtzwaluw”, zegt Van Lopik. “Zwijnen, wolven, vossen, dassen. Zelfs herten eten de eieren. Een nachtzwaluw zit op de grond en valt dan totaal niet op, daar vertrouwen ze ook op. Ik heb weleens gehad dat ik er op anderhalf meter langsliep en ze niet wegvlogen. Bij een hert doen ze dat misschien ook niet zo snel omdat die voor de vogel zelf geen bedreiging is. Maar bijvoorbeeld een zwijn eet die vogels ook, dan zijn ze waarschijnlijk sneller weg.”
Het kan een reden zijn dat er bij het geitenspoor op het Otterlose Zand minder waarnemingen zijn. “Daar zitten een hoop zwijnen in de buurt, het kan best zijn dat ze alle nachtzwaluwnesten hebben geplunderd.”
Foto gemaakt door: Wim Weenink
Ook in de omgeving van de Schuilkelder en het verdronken bos zijn minder nachtzwaluwen waargenomen dan in andere jaren. “Bij de inham bij het Otterlose Zand juist veel meer dan normaal.” Ze komen vooral voor in open gebieden, minder in de dichte bossen. Het Deelense Veld is op de waarnemingenkaart opvallend leeg. “Daar zitten ze vooral aan de randen. Het middenstuk is niet geschikt voor nachtzwaluwen.”
Korte nachten
Een deel van de waarnemers is gepensioneerd, een deel werkt nog. Dat maakt het niet altijd gemakkelijk, weet Van Lopik uit ervaring. “Toen ik begon met deze tellingen werkte ik nog. Als je dan om 1 uur het Park verlaat, nog naar huis moet en om 8 uur weer op je werk wordt verwacht, dat viel niet altijd mee. Maar het was voor mij altijd de moeite waard, want het is fantastisch leuk.”
Leuk, maar niet zo gemakkelijk als het kan lijken. “Als je denkt dat er twee nachtzwaluwen zitten, dan kun je die niet direct noteren. In een ideale situatie hoor je ze gelijktijdig zingen, alleen dan weet je zeker dat het verschillende vogels zijn. Dat betekent vooral veel geduld hebben.”
Interessant voor jou
-
-
-
Deze dieren vind je in het park
Van groot wild tot zeldzame vogelsoorten en van reptielen tot bijzondere insecten.
Wild observeren
Lees meer
-
-
-
-
-
-
-